Verliest iemand met Alzheimer zijn identiteit? Misschien kijken we naar de verkeerde plaats.
- Lara Debeuf
- 2 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
We horen het vaak.
"Mama is zichzelf niet meer." "

Hij herkent mij niet meer."
"Door de dementie is ze haar persoonlijkheid kwijt."
Het zijn uitspraken die raken. En ze zijn begrijpelijk.
Wanneer iemand namen vergeet, verhalen niet meer kan navertellen of de weg naar huis niet meer vindt, voelt het alsof je stukje bij beetje afscheid neemt van de persoon die je altijd hebt gekend.
Maar wat als identiteit veel meer is dan herinneringen alleen?
Misschien zoeken we identiteit op de verkeerde plaats
In de zorg leggen we vaak veel nadruk op het geheugen.
Maar daardoor dreigen we onbewust te denken dat identiteit vooral daar zit.
Alsof iemand pas zichzelf is wanneer hij zijn kinderen nog kan benoemen.
Wanneer hij zijn beroep nog kent.
Wanneer hij het juiste antwoord geeft.
Terwijl we in de praktijk elke dag iets anders zien.
De vrouw die haar kleindochter nog altijd wiegt
Ze weet haar naam niet meer.
Ze weet niet meer hoe oud ze is.
Maar wanneer haar kleindochter op bezoek komt, begint ze haar bijna vanzelf zachtjes heen en weer te wiegen.
Niet omdat iemand dat gevraagd heeft. Maar omdat haar lichaam het nog weet.
Of de voormalige schrijnwerker die tijdens een activiteit onmiddellijk begint te zoeken hoe hij iets kan herstellen.
Of de man die elke verpleegkundige nog altijd eerst laat voorgaan aan tafel.
Dat zijn geen toevalligheden.
Dat zijn sporen van wie iemand altijd geweest is.
Identiteit leeft ook in het lichaam
Het leeft ook in gewoontes, in beweging.
In de manier waarop iemand contact maakt. In hoe iemand troost geeft, of geraakt wordt. In hoe iemand automatisch begint mee te neuriën wanneer een bekend lied weerklinkt.

Dat zien wij elke week opnieuw op de werkvloer.
En precies daarom geloven wij dat dementiezorg méér vraagt dan goede medische zorg alleen. Alzheimer daagt ons uit om te blijven zoeken naar de mens achter de diagnose.
Dat verandert je manier van kijken
Wanneer we alleen zien wat verdwenen is, wordt dementiezorg al snel een verhaal van verlies.
Wanneer we ook aandacht hebben voor wat gebleven is, wat nu nog is ontstaat er iets anders.
Nieuwsgierigheid.
Verwondering.
Ontmoeting.
Dan wordt de vraag niet langer: "Wat kan deze persoon niet meer?"
Maar: "Waar zie ik vandaag nog altijd wie deze persoon is?"
Dat lijkt een klein verschil, maar in contact verandert het ontzettend veel.
Ook zorgmedewerkers hebben die blik nodig
Onder tijdsdruk is het veel gemakkelijker om vooral te zien wat niet meer lukt. Dat is menselijk.
Precies daarom werken wij als vaktherapeuten zo vaak op de werkvloer.
Niet om zorgmedewerkers te vertellen wat ze anders moeten doen, maar wel om samen opnieuw te leren kijken.
Naar lichaamstaal.
Naar kleine gewoontes.
Naar rollen uit iemand z'n leven die hij vandaag nog steeds opneemt.
Naar momenten waarop een bewoner initiatief neemt.
Naar alles wat nog leeft.
Want precies daar ontstaat opnieuw verbinding.
Er is meer aan een mens dan zijn geheugen
Dat betekent niet dat Alzheimer minder ingrijpend wordt.
Dat betekent ook niet dat verdriet verdwijnt.
Maar het betekent wél dat een diagnose niet het hele verhaal vertelt.
Een mens is meer dan zijn geheugen, meer dan zijn diagnose.
Daar ligt de mooiste opdrachten van dementiezorg: blijven ontdekken wat er nog altijd is en hoe jij dit actief kan aanspreken in de zorg en ontmoetingen van elke dag.
Want zolang iemand zich kan verwonderen...
geraakt kan worden... liefde kan geven of ontvangen... blijft er iemand om te ontmoeten.




Opmerkingen